Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink

Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink
Voorzitter team Smart Industry en voorzitter FME

“We maken momenteel de transitie door naar de vierde industriële revolutie, met IT en digitalisering als driver stelt Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, voorzitter team Smart Industry en voorzitter FME. Hierdoor wordt productie meer maatwerk en kantelt het businessmodel steeds vaker naar dienstverlening in plaats van verkoop.

Digitalisering betekent ook dat we sneller kunnen werken. Maar evengoed dat er, nog meer dan voorheen, wereldwijde concurrentie ontstaat. Nieuwe spelers gooien sectoren overhoop en de gevestigde orde mag zich haasten in verandering om zijn bestaansrecht te behouden.

We zullen ons samen moeten inspannen om slimme oplossingen te bedenken. Dat is een urgente, maar ook positieve uitdaging. Smart Industry kan namelijk zorgen voor 4 procent extra groei van ons Bruto binnenlands product.

Onderscheidend

In Nederland hebben we een bijzonder goede uitgangspositie om van Smart Industry een succes te maken. Niet voor niets bevinden we ons wereldwijd al in de top vier, en ik geloof er heilig in dat we nummer 1 kunnen worden.

We beschikken immers over een van de beste IT-infrastructuren van wereld en de internetdichtheid is hier erg hoog. Daarbij zijn we ook nog eens goed in niches en zijn we het als klein land gewend om intensief samen te werken.

Dat zijn allemaal bijzonder belangrijke voorwaarden om de vruchten te kunnen plukken van Smart Industry. Daarbij hebben we belangrijke onderscheidende vermogens ten opzichte van andere landen die hierin actief zijn. Dat we goed zijn in niches onderscheidt ons bijvoorbeeld van de Duitsers, die zich vooral richten op de grotere industrie.

En dat wij buiten technologische kennis ook goed zijn in management geeft ons weer voordeel ten opzichte van bèta-gerichte Aziatische landen. Smart Industry levert juist succes op wanneer technologische en sociale innovatie samenkomen.

Radicale innovatie

De digitale revolutie strekt zich uit over alle sectoren; van agri tot offshore. Er zijn dan ook al prachtige voorbeelden van bedrijven die op een slimme manier werken. Denk aan robots die koeien melken, waarbij de computer de manier van melken afstemt per beest.

Dat is een radicale innovatie, die op enorm veel bedrijven toepasbaar is en verschillende markten zal veranderen.

En gelijk de gezondheid van de koe monitort om waar nodig bijvoorbeeld de voeding aan te passen. Of wat te denken van de vooruitgang binnen onderhoud. Door smart maintenance is het exacte moment van onderhoud te voorspellen, zodat er bijzonder efficiënt gewerkt kan worden met zo min mogelijk verspilling van tijd en middelen.

Dat is een radicale innovatie, die op enorm veel bedrijven toepasbaar is en verschillende markten zal veranderen. En bedenk je ook dat we het aan robotisering te danken hebben dat we weer een auto-industrie hebben in ons land, die ook nog eens groeiende is. Dat levert steeds meer nieuwe banen en op en dus economische groei.

Maatschappelijke uitdagingen

En dan staan we eigenlijk nog maar aan het begin. Dat dit alles niet zal overwaaien, staat als een paal boven water. Wie met de armen over elkaar achterover blijft zitten houdt simpelweg niets meer over. Stilstand is in deze niet achteruitgang, maar ondergang.

Bedrijfsleven, onderwijs en overheid moeten deze transitie gezamenlijk omarmen. Het is geen business as usual. Smart Industry vraagt om andere kennis, dus andere mensen. Vooralsnog hebben we te maken met een flinke mismatch in vraag en aanbod. Opleidingsinstituten zullen mee moeten veranderen met de wensen van het bedrijfsleven.

Net zoals de overheid ruimte moet bieden om te experimenteren, zodat mogelijke innovaties in een vroeg stadium getest kunnen worden aan de praktijk. Temeer aangezien Smart Industry oplossingen kan bieden voor maatschappelijke uitdagingen.

De zorgkosten moeten omlaag, we willen nu en in de toekomst voedselzekerheid en moeten het roer omgooien wat betreft onze energievoorziening. Dat zijn belangrijke vraagstukken waar wij in ons land antwoord op kunnen geven door slimmer te werken. Maar dan moeten we er de komende jaren flink de schouders onder blijven zetten. Samen.”