De professoren Luc de Witte en Maarten Steinbuch spelen in die ontwikkeling een belangrijke voortrekkersrol. De toepassingen van robotica in de zorg (care) worden met argusogen bekeken. Professor de Witte is hoogleraar Technologie in de Zorg aan de Universiteit Maastricht. “In de kern is de zorg een behoudende sector. Men is bijvoorbeeld bang dat robots het werk gaan overnemen.

Dit zorgt voor terughoudendheid. Dat doorbreek je door de voordelen te laten zien. Dat doe ik door regelmatig praktijktoepassingen te organiseren. Mooi om te zien dat mensen omslaan als een blad aan een boom. Er is ook niets bedreigends aan; het is ondersteunend en kan mensen zelfstandigheid teruggeven. Lastig is op dit moment de financiering. In de huidige wetgeving is vergoeding van techniek pas aan de orde als het met hulp van mensen niet meer werkt. Dat moet de overheid omkeren, zoals het ooit was.”

Veelbelovende toepassingen

Maarten Steinbuch is Hoogleraar aan de TU Eindhoven. “Ik denk dat de snelle ontwikkeling de komende jaren zal zitten in de robots die een communicatiefunctie hebben en met je meebewegen in huis. De domotica die vroeger in de muur zat, komt los.” De Witte: “Wij noemen dat de sociale robots. Bijvoorbeeld de ‘witte zeehond’ in de ouderenzorg. Die wordt veel toegepast. Ze zijn gericht op het aangaan van een relatie en roepen reacties op.

Dat is rustgevend en zorgt ervoor dat ouderen zich minder eenzaam voelen. We werken ook hard aan een robot die we inzetten voor kinderen met een ernstige vorm van autisme. Zij snappen non-verbale signalen vaak niet. De robot heeft een gezicht zonder uitdrukking. Voor kinderen met autisme is dat ideaal, er is geen dubbele boodschap. Deze robot wordt zeer veelbelovend toegepast. Het zijn vooral de sociale robots die een steeds belangrijkere rol gaan spelen.”

Veilig in gebruik

“Dat geldt ook voor robotarmen, vaak bevestigt aan een rolstoel”, vertelt Steinbuch. “Die worden veel gebruikt door mensen die geen arm-hand-functie meer hebben. De robot geeft de cliënt weer zelfstandigheid terug. Veilig gebruik is belangrijk. Het is de kunst om mechanica te ontwerpen die niet te veel kracht produceert. Die robotarm moet een pak melk uit de koelkast kunnen halen, zonder het fijn te drukken.

Genoeg kracht voor huishoudelijke taken dus; dat is regel nummer één. Regel nummer twee is dat er altijd een softwarematige veiligheid in moet zitten. Als een robotarm tegen een muur duwt, kun je meten dat de stroom naar de motor te hoog wordt. De software zorgt er dan voor dat de arm stopt. Je hebt dus in zowel de mechanica als in de software mogelijkheden om de arm veilig in het gebruik te maken.”

Zelfstandig taken uitvoeren

“Een goede ontwikkeling is ook de robot die zelfstandig taken uitvoert”, volgens De Witte. “Een mooi voorbeeld is de robot die bij cliënten steunkousen aan- en uittrekt. Heel belangrijk, ook ter ondersteuning van het zorgveld. Wij kijken vooral naar slimme apparaten die een heel specifieke opdracht kunnen uitvoeren, vaak taken die vervelend of zwaar zijn. Kijk naar een tilrobot. Die tilt mensen uit bed en zet ze in een rolstoel, een zware taak die veel voorkomt in de zorg. Prachtig dat de robot daarin verlichting kan brengen.”

Co-creatie belangrijk

Beide professoren geven aan dat robotica de komende jaren een nog belangrijkere rol gaat spelen in de zorg. “Er kan veel meer uit co-creatie komen”, benadrukt De Witte. “Er zijn legio voorbeelden van robotprojecten waarbij technici nooit hebben gesproken met de zorg. De kans op succes is dan niet zo groot.” Steinbuch: “Daarom is het zo belangrijk dat er voortdurend op die belangrijke verbindingen hamert. Een nauwe samenwerking tussen professionals, mantelzorgers, cliënten, wetenschap en bedrijfsleven zorgt voor de beste praktische toepassingen van robotica.”