Gepersonaliseerd leren, of ‘maatwerk’ zoals Willem-Jan van Elk, Strategisch Adviseur Leermiddelen bij Kennisnet, het liever noemt, is een ontwikkeling waar scholen over de hele linie flink mee bezig zijn. Digitale adaptieve leermaterialen ondersteunen hierbij. Willem-Jan: “Adaptief leermateriaal is leermateriaal waar je interactie mee hebt en dat de aangeboden stof aanpast aan de prestaties die de leerling laat zien.”

Kennisnet-collega Michael van Wetering, Strategisch Adviseur Innovatie & ICT-infrastructuur weet dat maatwerk niet alleen in het onderwijs een trend is. “Het raakt aan een belangrijke innovatieve ontwikkeling die we ook in andere sectoren zien, namelijk die van de kunstmatige intelligentie. Het toepassen van kunstmatige intelligentie in leermiddelen maakt maatwerk mogelijk. Dat werkt als volgt; een kind dat digitaal aan de slag gaat genereert data, die kun je verzamelen en er kunstmatige intelligentie op loslaten. Zo kan het leermiddel voorspellen wat de beste leerroute voor dat kind is.”

Adaptief leermateriaal

Steeds meer scholen passen adaptief leermateriaal toe, vooral bij deelgebieden waarbij veel repeteren komt kijken, zoals bij het leren van de tafels van vermenigvuldiging of woordenschat. “Adaptief leermateriaal kan daar enorm bij helpen en het leren ook leuk maken door bijvoorbeeld sommetjes in een spelvorm te gieten”, vertelt Willem-Jan. “Dit heeft een tweeledig effect.

Ten eerste raken leerlingen geboeid omdat het spel ze uitdaagt en daarnaast krijgen ze oefeningen en snelle feedback op hun eigen niveau, wat de effectiviteit van het leren enorm verhoogt.”

Vaardigheden

Naast de omslag naar maatwerk is ook het onderwijscurriculum een thema. “Het accent ligt nu nog op kennis, maar ik verwacht dat scholen de komende jaren geleidelijk meer nadruk zullen moeten leggen op het ontwikkelen van vaardigheden als samenwerken, aanpassen, socialiseren en beoordelen van informatie”, aldus Willem-Jan.

Volgens hem is het toenemende belang van vaardigheden zowel direct als indirect een gevolg van de digitalisering van de samenleving. “Als persoon moet je je weg kunnen vinden in de vele digitale informatiebronnen die er zijn, en deze ook op hun waarde kunnen beoordelen. Bovendien verandert en innoveert de wereld, mede aangejaagd door de digitalisering, steeds sneller.

Ook het beroepenveld is continu aan verandering onderhevig. Om hierin als persoon te kunnen functioneren zijn vaardigheden en leervermogen onmisbaar.” Ook Michael is ervan overtuigd dat de veranderende samenleving een heroverweging van niet alleen hóe we onderwijs aanbieden, maar ook wát we aanbieden, noodzakelijk maakt. “Over de hele breedte leidt technologie tot het ‘uithollen’ van banen.

Over de hele breedte leidt technologie tot het ‘uithollen’ van banen.

Je moet daarom nadenken over wat het onderwijs een kind zou moeten leren. Het is onlogisch om nu nog boekhouders op te leiden die transacties verwerken en balansen opmaken. Daar hebben we software voor. Dat geldt voor heel veel beroepen.”

Een van de belangrijke digitale vaardigheden die kinderen volgens Michael zouden moeten leren is programmeren. “Dan bedoel ik niet dat we van alle kinderen volleerd programmeurs moeten maken, maar dat we ze moeten leren hoe ze een probleem opknippen in stukjes, zodat je aan een apparaat kunt vragen het voor je op te lossen.

Net zoals je leerlingen een opstel laat schrijven, niet omdat ze de volgende ‘Great American Novel’ moeten kunnen schrijven, maar om ze belangrijke taalvaardigheden te laten ontwikkelen. Dat is met basiskennis over programmeren precies hetzelfde.” 

Leermiddelenmarkt

Scholen kunnen op verschillende manieren aan de slag met maatwerk en digitale leermiddelen. Belangrijk is daarbij dat ict wordt ingezet op een manier die past bij de visie van de school en de bekwaamheid van de leerkrachten.

Willem-Jan: “Bij scholen die traditioneel klassikaal lesgeven bestaat het maatwerk er vaak uit dat vlotte leerlingen extra werk krijgen of werk van een hoger niveau, en voor kinderen die wat achterlopen wordt de uitleg herhaald of extra oefenmateriaal aangeboden. Dit model wordt heel veel gebruikt en er zijn daarom ook heel veel producten die hierop inspelen.

Aan de andere kant van het spectrum zitten scholen die kinderen voor een belangrijk deel zelf hun leerroute laten plannen. Je moet dan denken in termen van leerdoelen, waarbij leerlingen zelf bepalen wat hun volgende leerstap wordt en welke leermiddelen ze daarvoor nodig hebben. Zo’n school wil geen methode met vaste routes, maar zal meer op zoek gaan naar losse materialen, misschien wel uit het buitenland of van YouTube.”

Rol leerkracht

Langzamerhand begint bij het onderwijs het besef door te dringen dat fundamentele veranderingen onvermijdelijk zijn. “We hebben het niet over een mooier boekje met leukere plaatjes, de ontwikkelingen veranderen iets wezenlijks aan de manier waarop leraren hun beroep uitoefenen.

Langzamerhand begint bij het onderwijs het besef door te dringen dat fundamentele veranderingen onvermijdelijk zijn.

Wat ik heel interessant vind, is dit plaatsen in het kader van de recente discussie over de te hoge werkdruk en te lage salarissen bij leraren. Ik vraag me dan af waarom leraren zich niet storten op technologie die hun werkdruk verlaagt, want daarmee hoeven ze geen leerplannen meer te maken, opgaven te bedenken of schriftjes na te kijken.

Er wordt dus ruimte geschapen voor het geven van meer kwalitatieve aandacht aan de kinderen. Dat is toch wat we willen?”, aldus Michael, die ziet dat die veranderende rol bij leraren gevoelig ligt. Ergens begrijpt hij dat wel, maar toch. “Je hebt leraren die roepen ‘ik kan als beste opgaven bedenken’, maar dat ga je volgens mij niet winnen.

Er zijn ook scholen die zich helemaal niet verdiepen in de mogelijkheden van digitaal ondersteund onderwijs en dat vind ik raar. Ik vergelijk het met de zorg; je niet verdiepen in nieuwe behandelmethoden of medicijnen, dat kán niet. Volgens mij heb je de professionele plicht om je er op z’n minst in te verdiepen en ict vervolgens toe te passen waar het onderwijs voor kinderen verbetert en verrijkt.”