Vanaf 1 augustus 2018 is iedere leraar verplicht zich te registreren in het lerarenregister. Wij gaan hierover verder in gesprek met o.a. GertJan Sinke, projectleider lerarenregister bij de Onderwijscoöperatie. Om dat voor leraren zo gemakkelijk mogelijk te maken wordt scholen gevraagd de gegevens door te geven van de leraren die zij in dienst hebben.

Leraren hoeven die gegevens dan alleen te controleren, waarna ze zijn opgenomen in het register. Ze kunnen vervolgens zelf inloggen om hun portfolio bij te werken met cursussen en andere professionaliseringsactiviteiten. Op deze manier moet het register duidelijk maken welke leraren hun professionele ontwikkeling in voldoende mate bijhouden en welke niet.

De Onderwijscoöperatie werkt op dit moment samen met leraren en scholen aan het invullen van de criteria die gelden voor registratie. “De invulling van de ‘spelregels’ rond het register laat de minister aan de beroepsgroep over. Daar zijn we nu in overleg met leraren mee bezig”, aldus Gertjan.

Didactisch, pedagogisch en vakinhoudelijk

Het vaststellen van de criteria draait om drie hoofdvragen: hoeveel uur moeten leraren aan professionalisering besteden, op welke gebieden moeten ze zich bekwamen en op welke manier moet dat gebeuren. Gertjan: “Hierover voeren wij gesprekken met leraren.

Het vaststellen van de criteria draait om drie hoofdvragen
 

Zo stellen wij de vraag of zij het belangrijk vinden dat de competenties didactisch handelen, pedagogisch handelen en vakinhoudelijke bekwaamheid in gelijke mate worden bijgehouden. Het kan ook belangrijk zijn als de focus een bepaalde periode juist op één competentie ligt.”

Collegiaal leren

Naast de vraag op welke gebieden leraren zich moeten ontwikkelen, speelt ook de vraag hóe ze dat dan moeten doen. Glenn Hille, docent natuur- en scheikunde in het voortgezet onderwijs en tevens ambassadeur voor de Onderwijscoöperatie legt uit.

“Je kunt formeel leren door een opleiding of cursus te volgen, maar wat leraren zelf belangrijk vinden is professionele zelfstudie, dus het lezen van vakliteratuur, en bovenal het zogenaamde ‘collegiaal leren’. Dit bestaat uit het bijwonen van een les van een collega, intervisies en reflectiegesprekken binnen en buiten de eigen school.

Leraren geven zelf aan daar het meeste van op te steken.” Ook Gertjan is ervan overtuigd dat collegiaal leren als professionaliseringactiviteit essentieel is. “De bevindingen van leraren over collegiaal leren worden door internationaal onderzoek bevestigd. De verwachting is dat het opnemen van collegiaal leren in het register, de kwaliteit van het onderwijs zal verhogen.”

Collegiaal leren is echter een redelijk informele vorm van leren, waarbij de vraag rijst hoe je dit als geldige professionaliseringsactiviteit in het register kunt verwerken. Gertjan: “Op basis van de informatie die we de afgelopen periode hebben verzameld, werken we nu aan een rapportage.

Een groep vertegenwoordigers van de beroepsgroep zal aan de hand hiervan bekijken wat de vervolgstappen zijn om te komen tot concrete criteria en deze uiteindelijk uitwerken in een advies aan de minister van Onderwijs.”

Verantwoording

Het register dwingt leraren min of meer aan professionalisering te doen en dat roept bij sommigen weerstand op. Gertjan bekijkt het van een andere kant. “Die druk op leraren is nodig, niet omdat ze niet willen of het niet belangrijk vinden, maar omdat ze in de dagelijkse praktijk altijd hun werk met leerlingen voorrang zullen geven, boven het voeren van reflectiegesprekken met collega’s.

Dat zit in de kern van bijna iedere leraar; de leerling gaat altijd voor. Hierdoor maken zij te weinig tijd vrij voor onderlinge reflectie en dat gaat, net als bij ieder ander beroep, uiteindelijk ten koste van de kwaliteit. Met het register willen we leraren af en toe echt afstand laten nemen van hun dagelijkse werk om te reflecteren. Dat is essentieel voor de kwaliteit van het onderwijs.”

Met het register willen we leraren af en toe echt afstand laten nemen van hun dagelijkse werk om te reflecteren.

Wat Gertjan vooral hoort bij tegenstanders van het register is angst, die naar zijn gevoel wordt gevoed door een eenzijdige benadering: “Het gaat steeds maar weer over het verantwoorden, maar dat leraren ook zeggenschap krijgen hoor je bijna niet. Ik snap het ook wel, een register klinkt als een bureaucratisch instrument, daarom is het ook cruciaal dat we de uitwerking ervan in gesprek met de leraren zelf doen.”

Ook docent Glenn kent de geluiden van de tegenstanders. “Ik hoor weleens dat er te makkelijk mee te sjoemelen zou zijn en misschien is dat zo, maar ik denk dat het overgrote deel van de beroepsgroep gewoon serieus met zijn vak bezig is en echt wel verantwoording wil nemen.” De docent zelf is overtuigd van de toegevoegde waarde van het lerarenregister. “Dat register is van ons, de leraren, daarin mogen wij onze vakbekwaamheid laten zien waardoor wij de erkenning krijgen die we verdienen. Dat is toch geweldig.”

Professioneel statuut

Naast een verplichte registratie van leraren kent de Wet Beroep Leraar en Lerarenregister nog een ander uitvloeisel, namelijk het professioneel statuut. “Dit onderdeel krijgt weliswaar veel minder aandacht dan het lerarenregister, maar is daarom zeker niet minder belangrijk.

In het professioneel statuut worden namelijk de afspraken tussen het bestuur en de leraren opgenomen over hoe de professionele ruimte van de leraren, die in de wet is vastgelegd, in de praktijk wordt geborgd”, vertelt Gertjan. “Het professioneel statuut geeft zo betekenis aan die professionele ruimte van de leraar en leidt tot een praktische uitwerking van de wet in de school. Dat is cruciaal.”