Thom de Graaf
Voorzitter Vereniging Hogescholen

Innovatie en onderwijs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, juist in deze tijd. De kinderen van vandaag leren anders dan hun ouders. Het aanbod van informatie is enorm en groeit dagelijks; kinderen, leerlingen en studenten krijgen grote hoeveelheden informatie te verwerken. Goed omgaan met informatie is daarom een vaardigheid die zij al op jonge leeftijd nodig hebben. 

Ook de arbeidsmarkt verandert snel. Werkgevers willen medewerkers die niet alleen goed zijn in hun vak, maar ook creatief en kritisch denken en uitstekend kunnen samenwerken. Constante innovatie is nodig om onze leerlingen en studenten deze vaardigheden mee te geven.

Nieuwe informatietechnologieën, social media, maar ook buitenschoolse onderwijsvormen bieden nieuwe mogelijkheden om informatie te verwerven. Leren en studeren sluiten steeds nauwer aan bij ontwikkelingen in de maatschappij en in de beroepspraktijk. Dat vraagt het nodige van onze onderwijsorganisaties en van de infrastructuur van de scholen.

De beloften van de manier waarop ICT kan bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs zijn groot. Maar de inspanningen om die beloften te kunnen inlossen zijn niet gering. Dat ondervinden instellingen die inzetten op onderwijsinnovatie dagelijks.

Innovatie en ICT in het onderwijs spelen op drie verschillende terreinen een rol: vakinhoudelijk, ter ondersteuning van het primaire proces en ter ondersteuning van het secundaire proces. Deze drie terreinen kennen ieder hun eigen uitdaging. Vakinhoudelijk kunnen we onze leerlingen en studenten mediawijs maken en ICT-vaardigheden aanleren.

Constante innovatie is nodig om onze leerlingen en studenten deze vaardigheden mee te geven.
 

Bij innovaties ter ondersteuning van het primaire proces gebruiken veel scholen digiborden, learning analytics, digitale leermiddelen, digitale toetsen, maar ook MOOCs en online leermiddelen. Ook de digitalisering van secundaire processen gaat snel op het gebied van administratie, communicatie, planning en beheer. We doen dus al best veel, maar de wereld om ons heen gaat snel.

Artificiële intelligentie en robotisering zijn termen die niet meer weg te denken zijn. Digitale geletterdheid en het hebben van kennis van die snelle ontwikkelingen in de maatschappij zijn dus een absolute must voor de innovatie van onze onderwijssector.

In die zin moeten we ons goed realiseren dat kinderen die nu voor het eerst naar de basisschool gaan, over dertien jaar wellicht het hoger onderwijs instromen om vier jaar later aan het werk te gaan. Welke kennis en vaardigheden hebben zij dan nodig om optimaal te kunnen functioneren in de samenleving? Over deze vraagt buigt de overheid zich, maar zeker en vooral ook over het onderwijs.

De discussie over 21st century skills is niet meer weg te denken als het gaat over het ontwikkelen van curricula en het klaarstomen van leerlingen en studenten.

De discussie over 21st century skills is niet meer weg te denken als het gaat over het ontwikkelen van curricula en het klaarstomen van leerlingen en studenten. De ontwikkelingen in de maatschappij gaan zo snel dat deze de innovatie van ons onderwijs, zowel het basis- en voortgezet onderwijs als ook het hoger onderwijs aanjagen en versnellen.

Het hbo investeert daarom in innovatie van het onderwijs, maar heeft nog een grote sprong te maken op het gebied van digitalisering en wil die forse stap ook versneld nemen. Ook de overheid moet fors investeren in digitalisering en innovatie in het onderwijs.

Nederland heeft unieke kansen om wereldwijd voorop te lopen in onderwijsinnovatie, vanwege onze uitstekende digitale en fysieke infrastructuur en onze open cultuur van samenwerking tussen overheid, het onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven.

In deze uitgave wordt daarover het gesprek aangegaan met de topsector, professoren, brancheorganisaties, boegbeelden en de markt zelf. Ik wens u veel inspiratie toe.