Asaf Gafni

eLearning & Blended Learning specialist, SEH arts

Adaptief en gepersonaliseerd leren, is het slechts een hype of zou het echt een oplossing kunnen zijn voor een actueel probleem?

Innovatie in het onderwijs is een hot topic. Nieuwe onderwijskundige modellen en geavanceerde technieken volgen elkaar in een rap tempo op. Dit wekt de suggestie dat de meeste onderwijsinnovaties slechts een modegril zijn. Maar klopt dat wel? Of zijn er ook ontwikkelingen die daadwerkelijk iets toevoegen?

“Ik denk dat je de toegevoegde waarde van onderwijsinnovaties moet relateren aan een probleem, dat met inzet van die innovaties opgelost kan worden” zegt Asaf Gafni, die als spoedeisende hulparts sinds 2003 nauw betrokken is bij het verzorgen en innoveren van klinisch onderwijs.

“We hebben te maken met een arbeidsmarkt die anders is dan voorheen. Door maatschappelijke veranderingen en ontwikkelingen in de wetenschap veranderen beroepen van inhoud. De tijd dat je vooraf alles kon leren wat je later in je werk zou gaan doen is voorbij.” 

Het klinisch redeneren wordt aangeleerd met beeldmateriaal van acties uit de praktijk.

Grote uitstroom, lage instroom

Gafni stelt dat er een onderwijssysteem nodig is dat al die veranderingen kan bijhouden.  Een systeem dat grote hoeveelheden relevante en actuele informatie omvat en kan inspelen op de behoefte. Vooral in de zorgsector, waar het personeelstekort een steeds groter probleem dreigt te worden, is  zo’n systeem hard nodig.

Dat blijkt wel uit het beeld dat Gafni schetst van de situatie: “Babyboomers gaan massaal met pensioen. Dat brengt een grote uitstroom van zorgprofessionals met zich mee. Die vergrijzing zorgt er tegelijkertijd voor dat er meer patiënten bij komen. De vraag naar zorg stijgt dus, terwijl het aantal zorgaanbieders afneemt. Voor de zorgprofessionals die ‘overblijven’ wordt de werkdruk alleen maar hoger.

De vraag naar zorg stijgt dus, terwijl het aantal zorgaanbieders afneemt.

Ze moeten harder rennen en daarnaast langere diensten draaien om het tekort aan personeel te compenseren. En dan moeten ze ook nog eens complexere zorg bieden, als gevolg van het kabinetsbeleid om ouderen langer thuis te laten wonen.”

Die hoge werkdruk resulteert ook in een relatief hoge uitstroom van personeel dat net afgestudeerd is. “Studenten die nu beginnen houden het als zorgprofessional gemiddeld maar acht jaar uit,” vertelt Gafni.

Beroepsvereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) verwacht dat het personeelstekort in de komende jaren oploopt naar zo’n 125.000. De instroom vanuit de reguliere opleidingsinstituten zal dat slechts voor een fractie compenseren. Dat ligt niet aan een gebrek aan animo voor de opleiding, integendeel zelfs; elf van de zeventien hogescholen die de HBO-opleiding verpleegkunde aanbieden zien zich genoodzaakt een numerus fixus te hanteren, omdat ziekenhuizen onvoldoende stageplekken bieden. Voor een studie als verpleegkunde, waar het opdoen van praktijkervaring onmisbaar is, is dat een groot probleem.

Adaptief en gepersonaliseerd leren

Het mag duidelijk zijn dat de oplossing voor de zorgproblematiek niet in het traditionele onderwijs gevonden zal worden. Gafni denkt dat ExpertCollege, het leersysteem dat hij in samenwerking met artsen, zorgprofessionals, grafisch ontwerpers en softwaredesigners ontwikkeld heeft, wél soelaas biedt:

“Onze oplossing bestaat uit meerdere pijlers. We hebben een systeem ontwikkeld waarin studenten het gehele verpleegkundige curriculum aanleren via een adaptief digitaal systeem. Het systeem werkt op basis van een algoritme. Het herkent de zwakke punten van de student en past zich daarop direct aan. De onderwerpen die de student al goed beheerst worden niet eindeloos herhaald. Zo kan er meer tijd besteed worden aan de onderwerpen waar de student moeite mee heeft.”

Wat ook uniek is, is dat de stof niet van tevoren doorgenomen hoeft te worden. “Je leert gewoon door de opgaven te maken. Het leerrendement wordt hierdoor enorm verhoogd. Een leraar die voor een klas staat geeft aan alle studenten op dezelfde manier les. Met dit systeem wordt elke student op zijn eigen niveau getraind,” aldus Gafni.

Het klinkt zo logisch; onderwijs laten ontwikkelen door de mensen op de werkvloer. Want wie weet er nou meer van af dan zij? “Onze modules worden samengesteld door een speciaal team van artsen en verpleegkundigen die hun klinische werkzaamheden en ervaring combineren met onderwijsontwikkeling. Het mooie is dat ze worden bijgestaan door grafisch ontwerpers en softwaredesigners. Zo creëer je een bijzondere leerervaring. Het leersysteem, de animaties, de medische inhoud én het gebruiksgemak vullen elkaar op een vloeiende en praktische wijze aan.”

Voorbeeld van een interactief beademingsapparaat waarmee studenten oefenen om voorbereid te zijn op het werk op een intensive care afdeling

De achilleshiel van het onderwijs

Maar met een adaptief systeem alleen, ongeacht hoe goed het is, ben je er nog niet. Gafni legt uit waarom: “Het is geen oplossing voor het probleem dat een student voorzien moet worden van informatie die relevant is aan de praktijk. De studie in het reguliere onderwijs is vaak te theoretisch. Zorgprofessionals leren daardoor pas echt klinisch redeneren als ze in de praktijk aan de slag gaan.”

Dat is mosterd na de maaltijd. Klinisch redeneren is waar alle kennis en ervaring samenkomt in een praktijksituatie. Met observeren en begrijpen zou de zorgprofessional in staat moeten zijn om beargumenteerd te handelen. “In traditioneel onderwijs is het de achilleshiel van de opleiding tot zorgprofessional. Begrijpelijk, want hoe leer je studenten zonder ervaring klinisch redener en, terwijl we net stelden dat ervaring een basiselement is?” 

Bij praktijkgestuurd leren staan vele tientallen videofragmenten centraal waarin praktijkvoorbeelden zijn gesimuleerd.

Voor zijn eigen leersysteem zocht Gafni naar een methode waarmee studenten zo goed mogelijk worden voorbereid op situaties uit de praktijk, zonder daarvoor extra stages te moeten volgen. Hier is hetzogenoemde ‘praktijkgestuurd leren’ uit voortgekomen, wat een aanvulling is op het adaptief leersysteem.

“Bij praktijkgestuurd leren staan vele tientallen videofragmenten centraal waarin praktijkvoorbeelden zijn gesimuleerd. De videobeelden zijn opgenomen met echte zorgprofessionals, zoals verpleegkundigen en artsen, en acteurs die voor patiënt spelen. Er wordt altijd een echte casus nagespeeld, en dat wordt tot in de puntjes gedaan. We laten zien wat er goed ging, maar ook de imperfecties en fouten worden meegenomen.

We laten zien wat er goed ging, maar ook de imperfecties en fouten worden meegenomen. Over de relevante momenten in de video krijgen de studenten interactieve vragen van klinisch experts voorgeschoteld.

Ter voorbereiding op de video kunnen ze een meer traditionele e-learning volgen, waarbij ze de theoretische achtergrond bij de videocasus leren. Op die manier halen studenten meer rendement uit de video. Via de e-learning raken ze snel bekend met de theorie en bij de videotraining wordt de stof aan de praktijk gekoppeld. Zo leren ze wat ze straks in de praktijk zullen tegenkomen.”

Van theorie naar praktijk

Een mooi verhaal, maar werkt het ook in de praktijk?

“Om bij te dragen aan een significante oplossing scholen we honderden Filipijnse verpleegkundigen om voor de Nederlandse markt. De Filipijnen hebben een bijzondere cultuur. Het land bestaat uit meer dan 7000 eilanden en heeft meer dan 100.000.000 inwoners.

Je kunt merken dat het een Amerikaanse kolonie is geweest, het is erg ingericht op dienstverlening aan de VS. Met arbeidskrachten als voornaamste exportproduct hebben ook andere landen inmiddels de kracht van de Filipijnen ontdekt. Zo’n vijftig procent van de buitenlandse verpleegkundigen in de VS is afkomstig van de Filipijnen. In de Filipijnen spaart de hele familie voor een familielid om de opleiding tot verpleegkundige te bekostigen.

Eenmaal afgestudeerd willen verpleegkundigen ook graag hun familie financieel steunen. Het gemiddelde maandsalaris in de Filipijnen is tweehonderd euro en ligt daarmee zo’n tien tot vijftien keer lager dan hier in Nederland.”

“We werken nu al zo’n vijftien jaar met Filipijnse artsen en verpleegkundigen, en zijn erg onder de indruk van hun kennis, ambitie, passie en het tempo waarmee ze integreren met andere culturen. In het afgelopen jaar hebben we een Bootcamp opgezet waar de Filipijnse verpleegkundigen binnen korte tijd Nederlands leren spreken. Binnen zes maanden zitten ze op taalniveau B2/C1 - normaliter doe je daar meer dan een jaar over.

In diezelfde tijd worden ze ook geschoold in alle relevante Nederlandse zorgprotocollen. Dit verloopt allemaal via het eerder besproken digitaal systeem, de video-gebaseerde scenario’s voor klinisch redeneren en een interactief teach the teacher systeem. De resultaten zijn veelbelovend. De eerste verpleegkundigen beginnen binnenkort aan de klinische werkzaamheden in Nederland. Een nieuwe lichting staat al in de rij om aan onze volgende Bootcamp deel te nemen,” vertelt Gafni.  

“Op dit moment stromen de aanvragen van allerlei kanten binnen om adequaat personeel te werven en op te leiden voor ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Het is mooi om te zien dat we onderwijsinnovaties en actuele oplossingen samen kunnen brengen.”