De Life Sciences & Health (LSH)-sector is één van de negen topsectoren waarmee Nederland internationaal toonaangevend is. Om deze sterke positie te behouden en sectoren te stimuleren tot innovaties en ontwikkeling, is in 2011 een nieuw bedrijfslevenbeleid ‘naar de top’ - ook wel ‘Topsectorenbeleid’ - gestart.  Daar waar het om gezondheid en zorg gaat, speelt de ‘Topsector Life Science & Health (LSH)’ een initiërende en stimulerende rol. Hans Schikan, lid van het Topteam: “We doen dit vanuit het oogpunt van burgers en patiënten, op een manier die tevens economisch perspectief biedt.”

Het oorspronkelijke doel van dit bedrijfslevenbeleid was de bijdrage van de negen meest florerende sectoren aan het economisch herstel van Nederland te vergroten. “De topsectoren hebben zich inmiddels zo sterk ontwikkeld dat wij er nu, samen met de overheid, voor hebben gekozen de topsectoren ten dienste van onze maatschappelijke uitdagingen te stellen”, aldus Schikan, die uitlegt dat ook het credo van de topsector LSH hierbij aansluit. “Vitaal functionerende burgers in een gezonde economie, dat is ons motto. Deze twee elementen gaan voor ons heel duidelijk samen.”

Partijen verbinden

Partijen verbinden is één van de belangrijkste instrumenten van de Topsector LSH. Schikan: “Wij willen de olie in de machine zijn door kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden met elkaar te verbinden, en zo samen met patiënten tot noodzakelijke en gewenste innovaties te komen.”

Collega Nico van Meeteren, directeur van het bureau van de Topsector LSH, vult aan: “Daarnaast verstrekt de topsector financiële middelen aan partijen in de sector die een langdurige samenwerking aangaan. Het ministerie van Economische Zaken stelt hiervoor financiële middelen beschikbaar: de zogeheten publiek-private-samenwerkingstoeslag.

Vitaal functionerende burgers in een gezonde economie, dat is ons motto.

Deze zetten wij in als extra financiële stimulans ten behoeve van samenwerkingsverbanden met maatschappelijke en economische doelen. In de praktijk houdt dit in dat wij ten minste twintig procent extra investeren bovenop iedere euro die private partijen zelf investeren. Hiermee laat de overheid zien betrokken te zijn bij het opzetten van duurzame en rendabele samenwerkingen.”

Draagbare kunstnier

Een zeer aansprekend voorbeeld van waar ondersteuning van de topsector toe kan leiden, is de ‘Neokidney’ of draagbare kunstnier. Van Meeteren vertelt: “Deze is het resultaat van een langdurige samenwerking tussen de Nierstichting en hun patiënt-leden, wetenschappers, medici, ondernemers en universiteiten, die er allemaal tijd en geld in hebben geïnvesteerd en waar wij als Topsector ook een bijdrage hebben geleverd.” Een mooie illustratie van hoe samenwerking versterkend werkt.

Daarnaast past de uitkomst volgens van Meeteren helemaal bij de missie van de Topsector LSH. “Nu moeten nierpatiënten nog drie of vier keer per week naar het ziekenhuis voor dialyse. Naar verwachting kunnen de eersten volgend jaar beginnen met ’s nachts thuis dialyseren, dankzij de draagbare kunstnier. Dat betekent dat deze mensen waarschijnlijk weer meer en beter kunnen functioneren, thuis, op school en in hun werk.

Naar verwachting kunnen de eersten volgend jaar beginnen met ’s nachts thuis dialyseren, dankzij de draagbare kunstnier

Ook biedt thuisdialyse de mogelijkheid om frequenter te dialyseren, wat hen hopelijk vitaler maakt. Deze innovatie heeft dus potentieel een enorme positieve maatschappelijke impact en versterkt bovendien het economisch perspectief en de internationale positie van Nederland. De oorspronkelijke nierdialyse is in de jaren veertig namelijk ontwikkeld door een Nederlander, en nu creëren we als innovatief land de opvolger.”

Dat de sector blijft doorontwikkelen blijkt wel als Van Meeteren vertelt over een nieuw samenwerkingsverband op het gebied van regeneratieve geneeskunde, het zogeheten Regenerative Medicine Crossing Borders (RegMedXB)-initiatief. “Naast de artificiële technologische oplossing van de draagbare kunstnier buigt één van de RegMedXB-projecten zich over een biologische oplossing. Dit zou kunnen betekenen dat we in de toekomst daadwerkelijk niertubuli en later zelfs hele nieuwe nieren kunnen maken.”

Sociaal-culturele context

Een baanbrekende technologische innovatie ontwikkelen is mooi, maar uiteindelijk ‘slechts’ het begin. Van Meeteren: “We moeten zo’n ontwikkeling plaatsen in een sociaal-cultureel kader. Als we het hebben over de draagbare kunstnier, kijken wij naar de gehele zorglijn; van patiënten, verplegend personeel, verpleegkundigen in opleiding tot aan onderhoudsmonteurs en logistiek medewerkers. Iedereen moet met de nieuwe technologie kunnen werken.

Kortom, het is geen sinecure om op alle onderdelen grip te krijgen.” Hoe lastig dat is, legt Schikan uit. “Als het gaat om het tot maatschappelijke en economische rendabiliteit brengen van innovaties is ook de sociaal-culturele context van belang; hoe wordt het ontvangen, kunnen we ermee werken, is het betalingssysteem erop ingesteld, past het binnen het regel- en wetgevingssysteem? Allemaal praktische randvoorwaarden die tevens cruciale succesfactoren zijn.”

Kennis- en Innovatieagenda 2018-2021

Op 1 augustus is de nieuwe Kennis- en Innovatieagenda 2018-2021 gepubliceerd. Hierin staan de ambitieafspraken voor de komende jaren zoals die met alle stakeholders en partners binnen de LSH-sector zijn afgesproken.

Op basis hiervan zijn onlangs de Kennis- en Innovatiecontracten opgesteld waarin is vastgelegd wie daadwerkelijk op deze ambities gaan inzetten. Schikan: “Die contracten zijn er om richting en structuur te geven aan de talloze initiatieven die er zijn en deze op termijn tot een succes te laten worden.”