Frank Bluiminck

Frank Bluiminck
Directeur Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland

“Ik vind, evenals cliëntenorganisaties, de inspectie en de zorgverzekeraars, dat de kwaliteit van de gehandicaptenzorg goed op orde is maar we willen blijven professionaliseren."

Vrijheid beperkende maatregelen

"Er is meer aandacht gekomen voor de behoeften van de persoon, het individu. Dat is nu leidend geworden. In tegenstelling tot vroeger, toen de zorg die werd aangeboden door instellingen leidend was. We zijn nog niet klaar, maar we maken goede stappen. Een goed voorbeeld van kwaliteitsverbetering is het terugdringen van vrijheid beperkende maatregelen. Vrijheid beperkende middelen of medicatie dringen we terug met gedragsinterventies. Dat vereist een hoge mate van professionaliteit en daarin willen we blijven leren.”

Zorginstellingen kunnen zeker nog verbeteren als het gaat om die vraaggestuurde zorg. “Aansluiten op de wensen en behoeften van cliënten vraagt om een cultuuromslag. De afgelopen jaren is veel bezuinigd op het management. Dat geeft medewerkers de ruimte om meer zelf te beslissen, maar het is ook wennen. Het vraagt veel van de lenigheid van organisaties in een wereld met veel regelgeving en hoge administratieve last.”

Technische hulpmiddelen

Er dienen zich daarnaast nieuwe vraagstukken aan in bijvoorbeeld technologische innovatie. Zoals dementie bij mensen met een (verstandelijke) beperking. Bluiminck: “Ook mensen met een beperking worden ouder dan vroeger. Technologie geeft mensen hun zelfstandigheid terug. Een app maakt het mensen met een lichte verstandelijke beperking bijvoorbeeld makkelijker zelfstandig te reizen.

En zelfdiagnostische tools om bijvoorbeeld de hartslag of temperatuur te meten, maken lijfelijke behandeling door verzorgenden overbodig en dat is fijner voor de cliënt.” Volgens Bluiminck zijn er talloze technische hulpmiddelen waar mensen met een beperking veel baat bij hebben. “Het is echter nog erg duur. Onze opgave is het technologie in de toekomst beschikbaar te krijgen voor een grote groep mensen.”