Marlies Schijven

Prof. dr. Marlies Schijven, chirurg en programmaleider NFU e-health

"Het heeft geen zin om een digitale snoepwinkel te bouwen als mensen hier nog niet van kunnen of willen snoepen”

De zorgkosten blijven stijgen en de druk op de zorg wordt groter met het ouder worden van de populatie en een toename van het aantal chronische patiënten. Een maatschappelijke uitdaging waar veel ziekenhuizen mee worstelen. Slimme toepassingen van data en technologie kunnen een bijdrage leveren aan het makkelijker en toegankelijker maken van de zorg voor de patiënt, hun naasten en zorgverleners. Dat is dan ook precies de reden waarom het programma e-health is ontwikkeld door de acht UMC’s.

Het programma e-health wordt gefinancierd door het Citrienfonds en is één van de vijf door VWS en de NFU (de koepelorganisatie van de UMC’s) uitgekozen thema's ter verbetering van de gezondheidszorg. Dit fonds helpt duurzame en breed inzetbare verbeteringen in de gezondheidszorg te ontwikkelen. De UMC’s vervullen bij uitstek een voortrekkersrol. Zij hebben de mensen, de kennis, de infrastructuur en de mogelijkheden om goede ideeën te vertalen in concrete innovaties, samen met hun netwerk van andere zorgaanbieders.

Moderne middelen

“De letter ‘E’ ergens voorzetten is geen hogere wiskunde, “ zegt Schijven, die programmaleider is binnen het thema e-health. Zij is gezondheidswetenschapper, chirurg en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, faculteit der Geneeskunde. Daarnaast volgde zij een jaar de Design Academy wat haar affiniteit met technologie en het bedenken van slimme oplossingen verklaart.

“Het geeft enkel de versnelling en de verbetering die we in de zorg met behulp van ICT willen bewerkstelligen aan. We moeten beter voorbereid zijn op de zorg van morgen en daarmee zullen we patiënten, hulpverleners en zorgverzekeraars in toenemende mate moeten gaan ondersteunen met moderne hulpmiddelen. Sterker nog, dat wordt in de huidige tijd gewoon van ons verwacht. Je kunt het als ziekenhuis niet meer uitleggen dat patiënten bijvoorbeeld niet zelf online een afspraak kunnen maken of geen online inzage hebben in hun dossier.

Alle mogelijkheden zijn er om processen digitaal te versnellen en verbeteren. Het gaat er nu om dat we gezamenlijk afspraken maken hoe dit goed te doen met bewaking van ieders privacy, en hoe we digitale systemen goed op elkaar aan laten sluiten. Ons programma richt zich op het creëren van synergie in het gefragmenteerde landschap van e-health. Hierbij werken wij als UMC’s samen met patiënten en hun naasten, zorgprofessionals, beleidsmakers, koepelorganisaties, zorginstellingen, bedrijven en financiers aan de realisatie van hetgeen dat nodig is om bovenstaande te bereiken."

Bredere implementatie

In het afgelopen jaar zijn er in het Citrien programma e-health 28 evidence based projecten gestart binnen de verschillende UMC’s. Van deze projecten heeft het merendeel daadwerkelijk bewezen bij te kunnen dragen aan zinvolle zorg. Deze projecten lenen zich daarmee voor bredere implementatie op landelijk niveau, voor het programma Citrien 2 dat gaat over implementatie en opschaling.

Zo zijn er een groot aantal instrumenten ontwikkeld die bijdragen aan veilige zorg op afstand, zoals bijvoorbeeld de Safe@Home app. Hiermee kunnen hoogrisico zwangere vrouwen thuis hun zwangerschap monitoren. Met de mobiele toepassing HartWacht worden patiënten met een aangeboren hartafwijking wekelijks gemonitord. De app Piekfit helpt om mensen met een verhoogd risico op diabetes om bewuste keuzes te maken bij alle voedingsmiddelen die ze innemen. En de ‘serious game’ ReValidate! helpt mensen sneller en veilig te herstellen na een polsfractuur, een goed alternatief voor fysiotherapie.

Volgens Schijven is onderzoek essentieel als het gaat om het inzetten van data en technologie om de gezondheidszorg duurzaam te verbeteren.

“E-health is geen doel op zich. Het gaat meer om de vragen: wat is het probleem en hoe wil je het oplossen? Digitale toepassingen zijn zeker geen oplossing voor alles. We moeten heel goed rekening houden met wat patiënten zelf willen en kunnen, en ze vanaf het begin hierbij betrekken. Maar ook: een toepassing die past bij de cultuur van ziekenhuis A, hoeft niet per se aan te sluiten bij de cultuur van ziekenhuis B. We kunnen tegenwoordig allerlei slimme dingen bedenken. Van video-consult, games en apps tot een makkelijke manier om digitaal medicijnen aan te vragen. Dat is het niet het probleem. We moeten veel meer kijken of het past bij een patiëntenpopulatie in een desbetreffend ziekenhuis of instelling. En mensen ook helpen hier goed gebruik van te gaan maken. Het heeft namelijk geen zin om een hele digitale snoepwinkel te bouwen als mensen hier nog niet van kunnen of willen snoepen.”