Martin Olde Weghuis, manager Business Development bij Koninklijke Ten Cate NV (TenCate), ziet behoefte aan intensieve samenwerking, launching customers en opschaling. “Het kost nu geld, maar het is een investering in de toekomst.”

Smart materials zijn materialen met nieuwe functionaliteiten. Opslag van energie in vezels bijvoorbeeld. “Batterijen zijn dik omdat alle energie erin moet worden opgeslagen”, zegt Olde Weghuis. “Dat kun je ook doen in heel lange, dunne vezels, die eenvoudiger zijn te verwerken in allerlei producten.” Hij hint daarmee op de technisch textielindustrie, waarin smart materials sterk in ontwikkeling zijn. Zo kan straks een brandweeruniform de complete gesteldheid van een brandweerman monitoren. Via een oortje of een signaal op het lichaam, kan er vanuit een control room een seintje worden gegeven dat iemand uit de hitte weg moet om hittestress te voorkomen.
Maar daartoe zal het niet beperkt blijven. De generieke technieken die achter de toepassingen schuilgaan, lenen zich vaak voor vele doeleinden. Sensortechniek kan bijvoorbeeld ook worden ingezet in tapijten, die signaleren dat mensen langer dan gebruikelijk op de grond liggen, wat toepassing is op ouderen die zelfstandig blijven wonen. Of het gebruik van zachte materialen die intens hard worden als ze impact ‘voelen’, voor in scheenbeschermers of zelfs een kogelvrij vest. De gemene deler is volgens Olde Weghuis dat smart materials worden ingezet voor maatschappelijke vraagstukken; met name veiligheid en duurzaamheid.

Innovatie ondersteunen

Er zijn verschillende materialen in ontwikkeling, maar de grote slag naar de praktijk moet nog worden geslagen. Nieuwe materialen gedragen zich anders en vragen daarmee om nieuwe productieprocessen. Om producten op de markt te krijgen, is vooral een launching customer nodig. Olde Weghuis ziet daar een voorname rol voor de overheid. “Niet zozeer door subsidies, maar als klant. Van kleding tot wegen en dijken. Er zijn zaken die de overheid altijd nodig heeft. Het zou goed zijn als ze niet voor oude technieken kiest, maar technologische innovatie faciliteert. Producten in de praktijk gebruiken geeft de ontwikkeling een boost. Je maakt ze zichtbaar en kunt ze verder ontwikkelen. Dat levert op lange termijn veel meer op.”

Maar er zijn meer manieren om innovatie te versnellen. Olde Weghuis noemt het zogeheten ‘bio mimicry’, het kijken naar primaire structuren en leren van de natuur. “De opbouw van een bot en een composiet ligt dicht bij elkaar.”

Wat betreft samenwerking ziet hij heil in het betrekken van mensen van buiten de eigen keten. Zij staan soms voor dezelfde vraagstukken, maar benaderen deze op een andere manier. “We werken veel samen met andere bedrijven en kennisinstellingen in en buiten de regio. Je hebt elkaar nodig om te innoveren. Om oplossingen te bedenken, maar ook om productieprocessen aan te passen en te kunnen opschalen.”