We leven in een nieuwe economische realiteit, technologische vernieuwingen vinden met grote snelheid plaats. Dit vraagt om voortdurende aanpassing, schetst Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van ondernemersorganisatie FME. OEM’ers (Original equipment manufacturers) sourcen wereldwijd. Er ontstaan virtuele bedrijven, waarin toeleveranciers technologiepartners zijn. “Van klassiek uitbesteden zijn we naar ondernemend samenwerken gegaan”, reageert John Blankendaal, Managing Director van toeleveranciersnetwerk Brainport Industries. Hannie Kroes, Company Director van SKF, noemt het de rol van kennisleverancier. “Je ontwikkelt geen componenten meer, maar kennis op verschillende thema’s, waarbinnen producten worden goedgekeurd.”

Strategische samenwerking

ASML is als opdrachtgever momenteel bezig meer verantwoordelijkheden bij toeleveranciers te leggen, ook voor innovatie. Het grote voordeel is helderheid over R&D, stelt Director Strategic Technology Program Rob Hartman. “Bedrijven ontwikkelen zich zelfstandiger. Dat geeft een duidelijke scheiding en daardoor ontwikkelen ze capaciteiten om ook andere systemen op de markt te brengen, waardoor technieken beter en goedkoper worden. Daar profiteert de hele markt van.” Als je van project tot project blijft gaan, kun je ook nooit grote series bouwen, vult Thomas Pehrson aan,  Managing Director van Festo Nederland. Strategische samenwerking stimuleert volgens hem procesoptimalisatie. “Door ‘Mass customization’ hoef je de standaardfuncties, doorgaans zo’n 80 procent van het werk, maar kort met de klant te bespreken en finetune je de laatste 20 procent. Dat geeft een snelle time to market en profit.” Ondanks de successen is het volgens Dezentjé Hamming nodig het mkb te ondersteunen in een innovatieslag en opschaling. “Veel bedrijven staan op de grens: ‘Doen we het of niet?’. Om te overleven moet dat wel.” Pehrson stemt in. “We zien vaak de best practices, maar er valt ook nog veel te winnen. Door duidelijke KPI’s op te stellen voor het hele traject bijvoorbeeld, zodat je innovatie goed kunt meten en beoordelen.”

Schoon werk

Een terugkerend onderwerp is de beschikbaarheid van talent. Er is niet alleen een tekort aan hoofden, maar ook aan handen. Dat de instroom in het technische onderwijs groeit, is een lichtpuntje. “De crisis heeft jongeren laten inzien dat er goede baankansen zijn in de technologische industrie”, stelt Dezentjé Hamming. Volgens Blankendaal heerst er nog wel een verkeerd beeld van het werk. “Jongeren denken al gauw aan een smerige werkplaats, maar het werk is heel schoon en echt high tech. Een CNC draaibank is enorm geavanceerd, daar kan alleen een goed opgeleide vakkracht mee werken.” Het Techniekpact is een stap in de goede richting, stelt Dezentjé Hamming: “Hiermee onderkent de overheid dat het een probleem is voor heel Nederland en niet alleen voor de sector.” Maar de sector moet volgens Blankendaal de hand ook in eigen boezem steken. Een leerwerkplek moet minder gezien worden als werkplek bijvoorbeeld. “Opleiden moet je tijd geven en werkzaamheden niet koppelen aan de orderportefeuille. Dat geeft te veel fluctuatie. Er is een stabiel aanbod aan leerplekken nodig.”

Op- en afschalen

Hoe kijken de werkgevers ernaar? Kroes: “Ik ben continu bezig met waar ik mijn mensen vandaan moet halen.” Pehrson: “Ze zijn er wel, maar ze passen niet altijd bij het DNA van je bedrijf. Ik doe zelf altijd het laatste gesprek met een nieuwe medewerker om er zeker van te zijn dat ze hier passen. Personeelskosten zijn zo’n 65 procent van het totaal, dus vind ik dat niet meer dan logisch.” Maar het is niet alleen uit kostenoogpunt, vervolgt hij. Het is het sociaal kapitaal dat zorgt voor optimalisatie. “Mensen die met nieuwe dingen bezig zijn, drijven je bedrijf naar voren. En als er ontwikkeling is, is het nooit saai en zullen mensen niet weggaan.”

Hartman wijst op een ander aspect: flexibiliteit. “Kunnen op- en afschalen is erg belangrijk. De markt fluctueert enorm. Daar moet de keten in mee kunnen gaan. We hebben een heel systeem aan waarschuwingen wanneer er risico’s opdoemen, zodat we vroegtijdig kunnen ingrijpen.”

Directe beloning innovatie

Kijkend naar de ontwikkeling van de sector mag een blik op de politiek niet ontbreken. Er zijn verschillende succesvolle programma’s en gunstige ontwikkelingen, maar om het innovatiepotentieel echt te benutten is er in Europa een politieke koerswijziging nodig, meent Dezentjé Hamming. We moeten grote maatschappelijke uitdagingen tackelen en niet krampachtig bestaande systemen in stand houden. “In plaats van geld direct naar landbouw te sturen, kun je het beter beschikbaar stellen voor technische innovatie. Dan komt er vooruitgang waar ook de agrisector van profiteert.” Hartman pleit voor het directer belonen van innovatie. Gerichtere subsidies in plaats van alleen fiscale voordelen. “De WBSO sluit niet altijd aan op activiteiten”, voegt Blankendaal toe. “Die is met name van toepassing op productinnovatie, waardoor procesinnovatie niet wordt gestimuleerd.” Maar stimulans door de overheid kan nog directer door te fungeren als launching customer om te zorgen voor meer icoonprojecten. “Testimonials werken erg goed in onze branche. Vertaal dat eens naar representatie op landsniveau”, stelt Kroes. Dezentjé Hamming: “Innovatief inkopen hoeft de overheid ook geen extra geld te kosten. Het is alleen een andere invulling van de vraag. De stimulans die dat geeft, betaalt zich terug op wereldschaal.”