Naast de grote organisaties zijn in de hostingsector naar schatting zo’n duizend mkb’ers in Nederland actief. Toch groeit de IT-infrastructuur van veel bedrijven nog niet mee: het merendeel van de ICT-apparatuur is nog altijd in-house ondergebracht. Infrastructure as a service (IaaS) is flexibeler en efficiënter, vertelt Michiel Steltman, directeur van de stichting Dutch Hosting Provider Association (DHPA).

De Nederlandse digitale-infrastructuursector behoort wereldwijd tot de top. Dat komt dankzij een innovatieve houding en de juiste condities in Nederland. Na Schiphol en de Rotterdamse haven is de digitale infrastructuur de derde mainport van Nederland en essentieel voor de toekomstige groei van de Nederlandse economie. Dat bleek vorig jaar uit een gezamenlijk onderzoek van de DHPA, AMS-IX, Deloitte, ECP en Rabobank. “Veel technologiebedrijven zijn in korte tijd uitgebreid en bedienen klanten over de gehele wereld”, zegt Steltman. “Van overheid tot gezondheidszorg en van onderwijs tot de industrie, de hele economie gebruikt direct of indirect toepassingen die betrouwbaar en veilig worden gehost door Nederlandse partijen.”

Volledige vrijheid

Bij IaaS wordt de infrastructuur van een bedrijf vanuit de cloud aangeboden. De hardware (zoals servers, netwerkapparatuur en werkstations) zijn eigendom van de serviceprovider. De afnemer zorgt voor het onderhoud van het besturingssysteem en installatie en beheer van alle software, en betaalt alleen voor het daadwerkelijke gebruik. “Je kunt als afnemer zelf capaciteit weghalen of erbij nemen als dat nodig is”, legt Steltman uit. “Dat maakt IaaS flexibeler dan traditionele hosting. Je hoeft als bedrijf niet te investeren in hardware en kunt je infrastructuur en toepassingen vanuit de hele wereld gebruiken.”

Nederland is een aantrekkelijke locatie voor bedrijven in de sector van digitale infrastructuur. De leidende positie van Nederland in de wereld blijkt ook uit de omvang van de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX), de grootste Internet Exchange in de wereld als het gaat om verbonden IP-netwerken. AMS-IX is dé mainport voor het internet. Gekeken naar breedbandpenetratie en gemiddelde verbindingssnelheid, staat Nederland op de tweede plek binnen de EMEA-regio (Europa, het Midden-Oosten en Afrika), en op de zesde plaats wereldwijd.

Verouderde bril

Ondanks deze positieve geluiden, maakt Steltman zich ook zorgen. De ontwikkelingen gaan snel, en om die bij te houden is een duidelijke visie nodig van zowel overheid als bedrijfsleven. Steltman: “De overheid kijkt nog door een verouderde telecombril naar het Internet. Vroeger ging je een keer met KPN praten en dan wist je hoe het zat. Maar nu is de digitale sector een grote lappendeken van heel veel kleine bedrijfjes. Die wereld is heel dynamisch. Voor verdere groei is een visie essentieel. Daarbij is het van belang dat de overheid kijkt naar het hele plaatje. Dit is bijvoorbeeld een heel groene sector. Centrale datacenters zijn veel minder belastend voor het milieu dan apparatuur in eigen computerruimtes.”

Daarnaast sluiten de huidige opleidingen te weinig aan bij de veranderde sector. Die opleidingen zijn nog gericht op een ICT-functie bij een bedrijf, en niet op online ICT. Terwijl juist daar de komende jaren veel mensen nodig zijn.”

Maar ook de bedrijven in de sector zelf moeten volgens Steltman door een andere bril gaan kijken: niet meer ‘ieder voor zich’, maar meer samenwerken. “Voor bijvoorbeeld overleg met de politiek moeten bedrijven niet allemaal hun eigen mensen naar Den Haag sturen. Het digitale bedrijfsleven is immers flink uitgebreid. Voor de overheid is het daardoor onduidelijk wie de sector vertegenwoordigt en welke partij zij moeten aanspreken. Uit economisch belang is het goed om samen op te trekken. Ik zie zo’n beweging overigens wel ontstaan. Er is meer motivatie om elkaar op te zoeken en ik denk dat er op korte termijn een platform zal komen.”

Nieuwe kaders

Het ‘nieuwe denken’ loopt dus nog achter op de snelle ontwikkelingen. Daarom moeten er snel nieuwe kaders komen voor hoe de huidige ICT werkt, vindt Steltman. “We moeten gezamenlijk nieuwe politieke en juridische kaders bedenken die meer aansluiten bij de huidige realiteit. En de internationale kansen benutten. We zien nu in Europa dat Luxemburg zich wil profileren als ICT-land. Luxemburg wíl het, maar Nederland ís het. We kunnen ons veel meer promoten als digitale mainport.”