“De overheid heeft natuurlijk een andere uitdaging dan het bedrijfsleven. De overheid kiest haar klanten niet en moet rekening houden met een heel pluriform klantenbestand”, start Van Wijk – directeur van ICT-adviesbureau Thauris - zijn betoog. “Iedere politicus wil dat zijn achterban op zijn wenken bediend wordt. Het implementeren van een efficiënte technische oplossing voor een publieke functie is dan moeilijk. Bovendien vereist aanbestedingswetgeving dat je alles vooraf scherp definieert. Dit terwijl specificaties vooraf niet altijd helder zijn en technologie steeds verder ontwikkelt. Als je dit in ogenschouw neemt is het niet onlogisch dat de productiviteitswinst door de inzet van ICT binnen de overheid achterblijft bij de winst die het bedrijfsleven op dit gebied haalt.”

Belangrijke enabler

De politieke neiging tot het in de lead brengen van ‘de klant’ of ‘de gebruiker’ werkt vertragend en het is lastig hiermee snel tot een consistente oplossing te komen. “We zien dat bij verschillende sectoren die structureel hervormd moeten worden dat ICT nog steeds als belangrijke enabler wordt gezien: ICT voor het verkrijgen van transparantie, beter toezicht of voor het verkleinen van de bureaucratie”, vindt Van Wijk. “Maar waar de overheid dwingend is bij het herschikken van inhoudelijke verantwoordelijkheden en te realiseren bezuinigingen is zij overwegend terughoudend waar het gaat over de te hanteren informatiearchitectuur en te hanteren technologie.”

Onderwijs is essentieel

Waar het aankomt op concrete ICT-initiatieven is een goede communicatie tussen de betrokken professionals een probleem. “De jurist spreekt de taal niet van de techneut, de techneut niet van de handhaver en visa versa, dit terwijl zij in het publieke domein wel op elkaar aangewezen zijn”, weet Van Wijk. “Die Babylonische spraakverwarring en de verschillende kennissystemen zijn vanuit de traditionele kennisgebieden lastig te overbruggen.” Onderwijs is hierbij essentieel vindt Van Wijk. “Dit moet je actief versterken. Je moet mensen met een juridische, bestuurlijke en technische achtergrond gemeenschappelijke bagage geven. Ik ben voor een paradigmaverschuiving, waarbij de verschillende sectoren met elkaar levelen.” Van Wijk vindt het jammer dat slechts enkele kennisinstituten deze stap durven te maken. “Ik snap niet dat grote bedrijven en instellingen bij hun opleidingsbeleid star vast blijven houden aan de traditionele kennis- en onderzoeksdisciplines. Hier is de overheid echt innovatiever dan de grote jongens in de markt. Multidisciplinaire kennisontwikkeling wordt in Nederland niet gestimuleerd door de grote bedrijven.

Kwaliteit moet leidend zijn

Van Wijk haalt de ramptrein Fyra aan om maar aan te geven hoe het wat betreft inkoopbeleid van de overheid niet moet. “Als we ICT inzetten als game changer, dan moet er per definitie een systeem ontwikkeld worden dat een strategisch proces ondersteunt. Dat is heel belangrijk en daar moet kwaliteit leidend zijn. Dus niet – zoals bij de Fyra – achteraf de jurist laten zeggen dat dit de economische meest voordelige oplossing was. Dan heb je gefaald bij het opstellen van je gunningscriteria. De overheid moet inkopen met verstand van zaken en niet uitsluitend op prijs van de ontwikkeling sturen. Goedkoop wordt dan bijna altijd duurkoop.”