De digitale economie wint snel aan betekenis. Voor Nederland en zeker ook voor Europa. Eurocommissaris Neelie Kroes heeft hieraan als portefeuillehouder Digitale Economie een grote bijdrage geleverd. Zij heeft het onderwerp en vooral ook de kansen van de digitale economie voor Europa hoog op de agenda gekregen. Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie. Ons land haalde de vierde plaats op de ICT Readiness Index van het World Economic Forum. We hebben een sterke telecommunicatie-infrastructuur, zijn een aantrekkelijke vestigingsplaats voor datacenters, en zijn sterk in softwareontwikkeling en de toepassing van ICT.

Ingrijpend

Zestig procent van de economische groei in de afgelopen decennia is terug te voeren op ICT. De productiviteitsgroei in sectoren als handel, tuinbouw en transport is mogelijk gemaakt door ICT. Online winkelen, procestechnologie en slimme logistieke systemen zijn niet meer weg te denken.

De gevolgen zijn in veel gevallen ingrijpend. Online bankieren brengt niet alleen gemak, het zorgt ook voor een andere functie van bankfilialen. We ervaren deze veranderingen vaak als vanzelfsprekend, maar ze worden mogelijk gemaakt door complexe ICT-systemen. Systemen waar hoge eisen aan worden gesteld. Systemen moeten veilig zijn en berekend op intensief gebruik.

Maar waar leggen we de grens? De Belastingdienst kon op 31 maart de drukte met belastingaangiften niet aan. Veel mensen stuurden hun elektronische aangifte pas in bij het sluiten van de markt. Het probleem werd opgelost door de laatkomers een paar dagen extra te geven. Is dit reden om extra te investeren in capaciteit? Dat is nog de vraag. Als je door het verkeer moet en zeker op tijd wilt komen, ga je eerder van huis. Blijkbaar meten we op ICT-gebied met andere maten.

Vertrouwen

Gemak went snel, zoveel is duidelijk. Jammer is wel dat een beeld wordt opgeroepen van problemen. Als door een DDoS-aanval een bank of andere instelling online niet bereikbaar is, wordt met de vinger naar die instelling gewezen. De aanval wordt afgeslagen, systemen zijn adequaat beveiligd, maar toch loopt het vertrouwen in ICT ten onrechte een deuk(je) op. Dat is jammer. Het vertrouwen in organisaties wordt mede bepaald door het vertrouwen dat burgers en bedrijven hebben in de ICT van die organisaties. Maar het publiek debat over bijvoorbeeld privacy leert ons dat er op dit vlak geen simpele oplossingen zijn. Het is geen kwestie van voor of tegen privacy. Vroeger stonden naam, adres en telefoonnummer in de gids van PTT. Nu kijken we heel anders naar die gegevens.
De technologie is doorgaans niet het probleem. Als de eisen duidelijk zijn, kunnen programmeurs de systemen privacy-proof maken. Maar over die eisen wordt lang niet altijd goed nagedacht. Privacy en security zijn heel moeilijk met terugwerkende kracht te waarborgen. Ontwikkelingen op het gebied van cloudcomputing, de snelle groei van het Internet-of-Things, terrorismebestrijding. Het zijn stuk voor stuk onderwerpen die vragen om antwoorden vooraf. Alleen als we die discussie met elkaar voeren, is het mogelijk om de vele kansen te benutten die de digitale economie ons biedt. Dat is in het belang van de BV Nederland en in het belang van ieder bedrijf en iedere burger. Daar ben ik van overtuigd. Namens de ICT-sector neem ik vol overtuiging deel aan dat debat.